Meer NPO
STER Advertentie

Hoeveel mis je écht, als je online studeert?

Hoeveel mis je écht, als je online studeert?

Woensdag 24 juni 2020 - 10:48 uur

Ruim drie maanden bestaat hoger onderwijs inmiddels uit online presentaties en groepswerk via skype. Vanaf het begin was onduidelijk hoe lang het zou duren, nu besluiten sommige universiteiten dit ook volgend schooljaar te handhaven. Daarom luiden studenten de noodklok: online onderwijs is geen vervanging van de normale vorm. Hoeveel verschil maakt het digitale leven voor je studietijd? Wij vragen een docent en twee studenten naar de lessen, het sociale leven en de introductietijd.

‘Door online onderwijs ontwikkel je je niet’

“Ik praat met vrienden veel over online onderwijs, iedereen vindt het kut. Je ontwikkelt je op deze manier veel minder, dat is zonde.” Bouke van Balen (22) studeert Bèta-gamma aan de Universiteit van Amsterdam en begon een petitie tegen het online onderwijs. “Er wordt gespeculeerd dat negentig procent van het onderwijs volgend jaar nog online is, een veel te hoog percentage.”

Bouke van Balen

Volgens Bouke gaat studeren om meer dan alleen lesstof. Je wordt uitgedaagd om je comfortzone uit te komen, door bijvoorbeeld presentaties te geven, een vraag te stellen of een discussie te voeren. Hijzelf weet als geen ander hoeveel je aan die uitdagingen hebt.

“Voor ik begon, had ik een tussenjaar waarin er vervelende dingen gebeurden en ik mezelf isoleerde. Ik kreeg paniek- en angstaanvallen, maar vertelde daar niemand over. Het grootste deel van het jaar zat ik in mijn eentje op mijn kamer. Ik schreef me in voor mijn studie, maar als je me toen had gevraagd alles online te volgen had ik dat zó gedaan. Het was een grote drempel voor mij om naar de introductiedag en lessen te gaan.”

Door de verplichte aanwezigheid bij zijn studie, kwam hij in contact met studiegenoten en docenten, maakte hij vrienden en kwam over zijn angstaanvallen heen. Nu maakt hij zich zorgen om studenten die deze kans niet hebben of makkelijk laten liggen omdat alles online is. Hij merkt dat veel studenten hun camera en microfoon tijdens de online les uitzetten, waardoor je niet weet hoe het met ze gaat.

Foto: Tatiana Syrikova, Pexels

Daarbij vindt hij vakken als filosofie oppervlakkig geworden. De teksten zijn lastig, normaal leer je die begrijpen door erover te discussiëren. Een online verbinding maakt die discussie lastig. Volgens Bouke zijn er genoeg manieren om onderwijs toch weer op te starten, zelfs op anderhalve meter. “Zoals bij basis- en middelbare scholen; laat studenten in bepaalde tijdslots komen. Bedenk iets, maar leef niet in de veronderstelling dat online normaal onderwijs kan vervangen.”

‘We bespreken alleen theorie, studenten vinden de lessen niet meer leuk’

De schermen staan op zwart, de microfoons uit en de enige vraag in de chat gaat over de deadline. Sophie Dorrepaal (30) beschrijft de lessen Nederlands die ze sinds de coronacrisis aan het ROC Utrecht geeft. Een groot verschil met haar pre-corona lessen, waar interactie een belangrijk deel was. Zelf voor de klas presenteren deed ze minimaal: in plaats daarvan liet ze haar studenten zelf op onderzoek gaan, met teksten werken en presentaties geven.

Sophie Dorrepaal

“Eerder werd er continu gepraat tijdens de lessen, het was een heel gezellige sfeer. Nu is het ouderwets en statig onderwijs. We hebben het alleen over de theorie, dus ik denk niet dat de studenten de lessen heel leuk vinden. Als dit lang doorgaat, denk ik niet dat ze tevreden op het vak Nederlands terugkijken of het later leuk vinden om met taal aan de slag te gaan.”

Wat vinden de studenten zelf van de online lessen? Sommigen vinden het heerlijk om hun eigen tijd te kunnen indelen, vertelt Sophie. Anderen hebben het moeilijker, omdat ze bijvoorbeeld geen geschikte werkplek hebben. Qua resultaten ziet Sophie nog geen verschil, maar dingen als presenteren of discussiëren heeft ze dit jaar uit het curriculum moeten halen, dat is onmogelijk online te doen. Als onderwijs online blijft, is hun diploma misschien minder waard, denkt Sophie, maar die achterstand kunnen ze op hun werk later weer inhalen.

Ondanks de moeilijkheden vindt ze het vooralsnog oké om online les te geven. “Ik zou graag duidelijkheid willen over de lessen volgend jaar. Als ik online les moet blijven geven, bereid ik me deze zomer heel goed voor. Ik denk dat het een stuk beter kan dan we nu doen, maar dan moet je wel de tijd nemen het goed te leren. Het is compleet iets anders dan waar ik voor opgeleid ben.”

Foto via ANP

Met meer voorbereiding ziet ze juist extra kansen in het online onderwijs. Op deze manier zou ze les kunnen geven aan vierhonderd mensen tegelijk, waardoor ze tijd over heeft voor extra klassen. Zo lijkt het online lesgeven dé oplossing voor het lerarentekort.

Dus, de petitie tegen online onderwijs, die tekent ze niet. “Ik vind die petitie flauw, we doen ons best,” verzucht ze. “Begrijp me goed: ik mis het échte lesgeven ontzettend, maar we zitten met zijn allen in een crisis en we moeten roeien met de riemen die we hebben. Voor iedereen is het lastig nu.”

‘Leer mensen kennen, dat kan ook in kleine groepjes’

“Toen ik in Groningen ging studeren kende ik daar helemaal niemand,” vertelt Marc de Groot (21), partijlid van Studenten Organisatie Groningen. “Het lijkt mij ontzettend lastig om in deze tijd in een nieuwe stad te moeten beginnen. Ik denk dat er een flink deel nieuwe studenten daarom thuis blijft wonen.”

Marc de Groot

Zelf had Marc veel aan de Groningse introductieweek, waar hij met een groepje eerstejaars een week lang de stad leerde kennen. Thuiswonend of niet, hij hoopt dat eerstejaars dit jaar evengoed meedoen aan de introductieweek en het studentenleven. In een open brief in diverse studentenmedia roept hij eerstejaars op zich, ondanks de coronacrisis, actief te oriënteren in hun nieuwe stad. Niet alleen is het belangrijk dat de nieuwe bewoners hun stad leren kennen, ook zijn de vele nieuwe eerstejaarsleden essentieel voor bestaande verenigingen.

Actief oriënteren is ook tijdens de coronacrisis mogelijk, stelt Marc. Bijvoorbeeld door mee te doen aan de, deels online, introductieweek. Op sommige dagen kun je meedoen aan kleinschalige, normale activiteiten, op andere dagen skype je met je introgroepje, doe je een digitale pubquiz en ga je de online informatiemarkt af.

Maar leer je de stad en je studiegenoten zo echt kennen? Marc snapt dat de online activiteiten minder aantrekkelijk zijn dan de normale introductie. Toch raadt hij aankomende studenten juist nú aan om mee te doen en actief te zijn in de stad, omdat het nu moeilijker is om mensen te leren kennen. 

Foto via ANP

“Als je meedoet, heb je alvast een groepje mensen die je leert kennen, ook al spreek je ze vooral via skype. Ook kun je je aansluiten bij een commissie, een klein groepje binnen een vereniging dat langere tijd samen aan iets werkt. Dan kun je wel samenkomen en je doet iets wat je allemaal leuk vindt. Op die manier heb je al wat mensen om mee te chillen en begin je niet zo alleen.”

Het haalt het lang niet bij de normale introductieweek, geeft Marc toe. Hij denkt terug aan zijn introductieweek waar hij op de grote markt met vierduizend andere eerstejaars karaoke zong. “Op zo’n moment voel je de ontzettend goede sfeer, je voelt je samen met al die nieuwe studenten. Dat zorgt dat je heel veel zin hebt om te beginnen in je nieuwe stad. Dit jaar is niet hetzelfde, maar ik denk dat we met de deels digitale week dat gevoel alsnog kunnen oproepen.”

Kijk live naar 3FM

Lees ook